Popal ontvluchtte haar vaderland Afghanistan vanwege de onderdrukking van de vrouw in dat land, en vond een nieuw thuis in Nederland. Sinds 1997 woont ze in Weesp, waar ze zich aanvankelijk inzette als gastvrouw bij gemeentemuseum Weesp. Al snel ging zij vrouwen in de buurt met een migratieachtergrond ondersteunen, die vaak alleen thuis zaten. Ze overtuigde hen om Nederlands te leren en sociale activiteiten te ontwikkelen. Op deze manier raakten vrouwen van allerlei komaf ingeburgerd in de Weesper samenleving.
In 2009 richt Popal met twee andere vrouwen de Stichting Vrouwen van Weesp op, waarvan zij voorzitter wordt. Met haar stichting creëert ze een veilige omgeving waar vrouwen, ongeacht afkomst, religie of opleiding, vrijuit kunnen spreken. Vrouwen van Weesp biedt een veelzijdig programma om vrouwen sterk en zelfredzaam te maken, met onder andere taallessen, fietslessen, sportuurtjes, themabijeenkomsten over actuele onderwerpen en creatieve ochtenden. Al deze inspanningen hebben geleid tot hechte vriendschappen en bijzondere verbindingen. Het jaarlijkse hoogtepunt van al deze inspanningen is Internationale Vrouwendag, waar vrouwen van 80 nationaliteiten aan mee doen.
Popal zet zich niet alleen in voor de vrouwen van Weesp, maar ook voor de stad Weesp. Zo was zij één van de initiatiefnemers van het Comité Zelfstandig Weesp. Het comité organiseerde een referendum waarbij Weespers zich konden uitspreken met wie zij wilden dat de gemeente Weesp ging fuseren: Amsterdam of Gooise Meren.