AMSTERDAM - Afgelopen week stonden een 68-jarige man en een 72-jarige vrouw tijdens meerdere zittingsdagen voor rechtbank Amsterdam. De man wordt verdacht van het opmaken en gebruiken van valse facturen voor meer dan 50 miljoen euro en het witwassen van bijna 1,5 miljoen euro in de periode van januari 2017 tot oktober 2023 in Nederland en Duitsland.
De man zou een zogenaamde valse facturenfabriek gerund hebben voor verschillende kledinghandelaren. Bovendien is de man na zijn aanhouding, doorgegaan met het runnen van een nieuwe valse facturenfabriek, waarna hij in 2023 opnieuw is aangehouden. De vrouw staat terecht voor het witwassen van de opbrengsten uit de valse facturenfabriek. Daarbij gaat het om een bedrag van bijna 7 ton. Het Openbaar Ministerie (OM) eist voor de man een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 jaar en zes maanden en voor de vrouw een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en een taakstraf van 180 uur.
Geraffineerde aanpak
De zaak draait primair om de 68-jarige mannelijke verdachte. Hij faciliteerde vanaf januari 2017 Nederlandse ondernemers in de kledinghandel bij het onterecht aftrekken van BTW over hun inkopen elders in de EU. De kledinghandelaren kochten zelf rechtstreeks kleding zonder BTW in bij leveranciers in Italië en Parijs. De verdachte maakte voor de kledinghandelaren valse facturen mét BTW op, uit naam van wel tien van zijn verschillende Nederlandse katvangersbedrijven: zogenaamde (eerstelijns)ondernemingen. Deze ondernemingen waren op papier niet aan de verdachte te linken. In werkelijkheid waren het niet de tien bedrijfjes van de verdachte die aan de kledinghandelaren leverden, maar de buitenlandse leveranciers.
De in rekening gebrachte Nederlandse BTW werd door de kledinghandelaren in aftrek genomen bij hun OB-aangifte. Zo konden zij de kleding in feite een stuk goedkoper krijgen. De verdachte kreeg hier een vergoeding voor van de kledinghandelaren van 7 a 8%. De verdachte nam in de administratie van de eerstelijnsbedrijven weer valse Nederlandse inkoopfacturen op van zogenaamde tweedelijnsbedrijven, zodat de eerstelijnsbedrijven effectief geen BTW hoefden af te dragen. Op basis van de valse facturen ontving hij op de bankrekeningen van de aan hem gelieerde ondernemingen miljoenen euro's.
Er is in totaal een geldstroom van ruim 50 miljoen euro aan valse facturen geweest. De FIOD heeft een belastingnadeel van meer dan 10 miljoen euro berekend. Door geld over te boeken naar andere rekeningen, contant op te nemen en te gebruiken om auto’s en een woning te kopen, zou de verdachte ook bijna 1,5 miljoen euro hebben witgewassen. De verdachte vrouw wordt ervan verdacht van de opbrengsten van de valse facturenfabriek te hebben geprofiteerd, doordat zij onder meer in een huis woonde in Duitsland en van auto’s gebruik maakte die met deze criminele opbrengsten zijn gekocht
Ernstige vorm van fraude
Ter zitting benadrukt de officier van justitie de ernst van de zaak: “In de eerste plaats leidt deze vorm van fraude tot groot financieel nadeel bij de belastingbetaler. Het gaat dan om misgelopen belastinginkomsten die uiteindelijk door andere, goedwillende burgers moeten worden aangevuld om de begroting kloppend te maken. Geld waarmee wegen worden aangelegd, geld voor onderwijs, geld voor de zorg, en inmiddels rekenen we daar ook defensie toe. Allemaal zaken, waar verdachten wel van profiteren maar niet aan bijdragen. In deze zaak bedraagt de fiscale schade uit BTW-fraude meer dan 10 miljoen euro. Een forse schadepost dus.” Daarnaast is er ook sprake geweest van marktverstoring. Immers: bonafide kledingbedrijven konden minder makkelijk hun koopprijs naar beneden bijstellen, omdat zij niet konden concurreren met de lagere verkoopprijzen die de kledinghandelaren dankzij de constructie van verdachte konden hanteren. Het OM eist voor de mannelijke verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 jaar en zes maanden. De vrouwelijke verdachte hoorde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en een taakstraf van 180 uur tegen zich eisen. Daarnaast heeft het OM een ontnemingsvordering open staan van 1.760.765 euro wederrechtelijk verkregen voordeel van de mannelijke verdachte. Ook voor de vrouw is een ontneming van 240.072 euro aan de orde. Zes kledinghandelaren zullen zich op een later moment voor de rechtbank moeten verantwoorden.
De rechtbank doet uitspraak over zes maanden.